Financiële risico's
Deze paragraaf richt zich op de financiële risico’s die het grootste deel van het totale risicoprofiel bepalen. De drie risico’s met de grootste impact worden nader toegelicht, zodat meer inzicht ontstaat in de aard, omvang en mogelijke gevolgen ervan.
Tot slot bevat deze paragraaf een overzicht van de risico’s die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor 80% van het financiële risicoprofiel.
De drie financiële risico's met de grootste impact
R1014 – Omzettingsbeleid 2007 erfpacht: onrechtmatige bekendmaking en totstandkoming
De rechter heeft geoordeeld dat het Omzettingsbeleid 2007 inhoudelijk rechtmatig is. Ook heeft de rechter vastgesteld dat de bekendmaking aan erfpachters en de totstandkoming van het beleid onrechtmatig zijn geweest, omdat daarbij geen overgangsregeling is toegepast. Deze uitspraak heeft geleid tot meer juridische aandacht voor de wijze waarop het beleid is ingevoerd en gecommuniceerd.
Het risico bestaat uit mogelijke juridische procedures, aanvullende vragen van erfpachters en extra werkzaamheden die voortvloeien uit deze uitspraak. Dit kan gevolgen hebben voor de uitvoeringscapaciteit van de gemeente en leiden tot extra kosten.
Inmiddels is een tweede vergelijkbare zaak bij de rechtbank behandeld. De verwachting is dat deze zaak meer duidelijkheid zal bieden over de interpretatie en behandeling van toekomstige zaken. Op dit moment geeft deze ontwikkeling nog geen aanleiding om het risico financieel bij te stellen. Daarnaast loopt een hogerberoepsprocedure in een eerder behandelde zaak nog door.
De gemeente voert, in afstemming met de stadsadvocaat, actief verweer. Het invloedspercentage bedraagt 48,9%. Dit risico stond bij de jaarrekening 2025 op de eerste plaats binnen het risicoprofiel en staat ook in deze rapportage op deze positie.
R1058 – Zwembad De Slag: dispuut over 'Uitvoeringsgereed Ontwerp' en risico op vertragingsschadeclaim
Er is een dispuut met de aannemer van Zwembad De Slag over het ‘Uitvoeringsgereed Ontwerp’ (UO). De uitvoerende partij stelt dat het UO gebreken bevat. De gemeente is van mening dat de verantwoordelijkheid voor het uitwerken van bepaalde onderdelen van het UO bij de uitvoerende partij ligt. Door deze situatie bestaat het risico dat er vertraging ontstaat in de bouw en dat dit kan leiden tot een vertragingsschadeclaim.
De oorzaak van het risico is een verschil van inzicht over de gemaakte afspraken bij de bouw van het zwembad, met name over verantwoordelijkheden rond het UO. Het gevolg kan zijn dat de planning onder druk komt te staan en dat de gemeente mogelijk met extra kosten te maken krijgt als er een schadeclaim wordt ingediend.
Het invloedspercentage bedraagt 7,0%. Dit risico stond bij de jaarrekening 2025 op de tweede plaats binnen het risicoprofiel en behoudt ook in deze rapportage deze positie.
R449 – Grondexploitaties: afzetrisico door marktomstandigheden
Bij het voeren van grondexploitaties is sprake van een algemeen afzetrisico. Dit risico hangt samen met externe factoren, zoals marktomstandigheden en andere ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de voortgang van projecten. Wanneer de markt tegenzit, kan de vraag naar kavels afnemen of later op gang komen.
Het gevolg kan zijn dat de uitgifte van kavels vertraagt. Deelprojecten kunnen dan worden doorgeschoven in de tijd, waardoor opbrengsten later binnenkomen en de planning van projecten onder druk kan komen te staan.
Het invloedspercentage bedraagt 6,2%. Dit risico stond bij de jaarrekening 2025 op derde plaats binnen het risicoprofiel en staat ook in deze rapportage op deze positie.
Compensatie Jeugdhulp
In de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn afspraken gemaakt over het zwaarwegende advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd in 2027 met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdzorg. Deze afspraken heeft het huidige kabinet in het Overhedenoverleg van 13 april 2026 herbevestigd. Vooruitlopend op deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen vanaf 2028 (€ 10,9 mln.), omdat we erop vertrouwen dat het Rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt. Hoewel het te verwachten is dat er bij de Voorjaarsnota 2027 voldoende middelen door het Rijk ter beschikking worden gesteld, is er onzekerheid over het volledig opvolgen van het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd. Daarom heeft het college de opdracht gekregen om een 'scenario B' uit te werken voor het geval de middelen van het Rijk ontoereikend blijken. Omdat de stelposten pas vanaf 2028 zijn opgenomen, er bij de Voorjaarsnota 2027 meer informatie is en het college een 'scenario B' uitwerkt, is dit risico niet financieel vertaald.
Overzicht belangrijkste risico's
Hieronder volgt een overzicht van de zeven financiële risico’s met de grootste impact voor de gemeente Zaanstad. Samen vormen deze risico’s 80% van het totale financiële risicoprofiel. Dit overzicht geeft inzicht in de belangrijkste aandachtspunten voor risicobeheersing en weerstandsvermogen.
Tabel 3.2.2 Overzicht belangrijkste risico's
Nr. | Risico | Risicogebeurtenis | Risico-oorzaak | Risicogevolg | Maatregelen | Invloed (%) | Vorige actualisatie | Verschuiving |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
R1 | R1014 | Het Omzettingsbeleid 2007 is inhoudelijk door de rechter rechtmatig bevonden. De bekendmaking aan de erfpachters en de totstandkoming van het Omzettingsbeleid 2007, waarbij geen overgangsregeling is gehanteerd, is onrechtmatig verklaard. | Juridisch / Wettelijk - Het Omzettingsbeleid 2007 met betrekking tot erfpacht is te plotseling, zonder overgangstermijn, ingevoerd. | geld - De gemeente wordt aansprakelijk gesteld voor mogelijk geleden schade. | Actief - In afstemming met de stadsadvocaat die gespecialiseerd is in dergelijke casussen verweer voeren. | 48,9% | Positie 1 bij de jaarrekening 2025 | Niet verschoven |
R2 | R1058 | Er is sprake van een dispuut met de aannemer van Zwembad De Slag met betrekking tot het ‘Uitvoeringsgereed Ontwerp’ (UO). De uitvoerende partij stelt dat het UO gebreken bevat, terwijl de gemeente van mening is dat de verantwoordelijkheid voor het uitwerken van bepaalde onderdelen van het UO bij de uitvoerende partij lag. Als gevolg van deze discussie is er sprake van een risico op een vertragingsschadeclaim. | Juridisch / Wettelijk - Onenigheid over de gemaakte afspraken over bouw van het zwembad. | geld - Gevolg is vertraging in de bouw en daardoor een schadeclaim. | Actief - Hulp ingeroepen van de stadsadvocaat die hiermee aan de slag gaat. Naar verwachting wordt er een arbitrage gestart door Dekkerbouw. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven over de status van het UO. | 7,0% | Positie 2 bij de jaarrekening 2025 | Niet verschoven |
R3 | R449 | Algemeen afzet risico bij het voeren van grondexploitaties | Extern - Slechte marktomstandigheden als gevolg van algemene economische ontwikkelingen, maar ook door netcongestie en regelgeving op het gebied van stikstof. | geld - Uitgifte van kavels vertraagt door het doorschuiven van deel projecten in de tijd. | 6,2% | Positie 3 bij de jaarrekening 2025 | Niet verschoven | |
R4 | R829 | De vraag naar en/of inzet van jeugdhulp in Zaanstad is groter dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. | Extern - De inzet van jeugdhulp neemt nog steeds toe. Dit komt mede door maatschappelijke (en vaak landelijke) ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn de toename van stress binnen gezinnen door scheiden of doordat er meer zorgen zijn over geld(problemen) en de toename van mentale druk op jongeren, onder andere door het gebruik van sociale media. Doordat de Jeugdwet een openeinderegeling is, kunnen aanvragen voor jeugdhulp niet worden geweigerd omdat er onvoldoende budget is. Daarbij is de gemeente niet de enige verwijzer naar jeugdhulp. Onder andere huisartsen en jeugdbeschermers kunnen ook bepalen dat een inwoner hier recht op heeft. Hierdoor is het niet goed mogelijk om de inzet van jeugdhulp (financieel) te begrenzen en ontstaat het risico dat toenemende kosten voor jeugdhulp niet passen binnen de begroting. | geld - De begrote kosten voor jeugdzorg worden overschreden. | In voorbereiding - Lokaal: Aanvullend op het uitvoeren van maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd, wordt binnen Zaanstad de bestuursopdracht Jeugd uitgevoerd. Deze bestuursopdracht is gericht op (extra) maatregelen vanuit Zaanstad om de jeugdhulp te verbeteren én de kosten voor jeugdhulp te verlagen. Deze opdracht is niet alleen gericht op maatregelen binnen de jeugdhulp, maar ook op andere beleidsterreinen zoals voorliggende voorzieningen, sport, wonen, veiligheid., Actief - Landelijk: Om de jeugdhulp te verbeteren en financieel beheersbaar te houden is de Hervormingsagenda Jeugd opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over de maatregelen die zowel gemeenten als het Rijk moet uitvoeren. Daarbij is ook afgesproken dat het Rijk verantwoordelijk is voor de groei van de kosten voor jeugdhulp, waar gemeenten geen invloed op hebben. In het voorjaar van 2025 heeft een onafhankelijke deskundigencommissie hier zwaarwegend advies over gegeven. Hier is uit gekomen dat de opgelopen tekorten van gemeenten t/m 2024 voor 50% voor risico en rekening van gemeenten zijn. Voor de overige 50% is het budget van gemeenten vanaf 2025 verhoogd. In het voorjaar van 2027 geeft dezelfde commissie een advies over het budget in relatie tot de kosten voor jeugdzorg van gemeenten vanaf 2028., Actief - Lokaal: In de begroting van Zaanstad is voor 2027 rekening gehouden met gemiddeld 4,7% groei van de kosten voor jeugdhulp. Deze groei (los van indexatie) lag in de afgelopen jaren gemiddeld rond 5% tot 6%, maar in 2025 nam de groei af richting 3%. Ondanks de afgenomen groei in 2025, bestaat het risico dat de groei in 2026 en 2027 hoger uitvalt dan begroot. Vandaar dat op een begroting voor jeugdhulp van ruim € 80 miljoen het financieel risico is bepaald op € 4 miljoen overschrijding. | 5,4% | Positie 5 bij de jaarrekening 2025 | 1 positie hoger |
R5 | R982 | De ontwikkeling van het aantal uitkeringen in Zaanstad is ongunstiger dan de gemiddelde landelijke ontwikkeling of de verdeling van het buig-budget over gemeenten wijzigt, waardoor het voordelige BUIG-saldo dat is begroot, zich niet langer voordoet. | Extern - Bij een verslechtering van de conjunctuur neemt de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt toe. Hierdoor wordt het voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt moeilijker om werk te vinden. | geld - Het positieve buigsaldo dat is begroot, wordt niet gerealiseerd doordat de ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden niet in lijn is met ontwikkeling van het Zaanse aandeel in het landelijke uitkeringenbudget (buig-budget). | Actief - Negatief:(1) De vangnetvoorziening is niet beschikbaar doordat de afgelopen drie jaar voordelen op de buig zijn gerealiseerd. (2) Het rijk stelt dat zij voldoende budget beschikbaar stelt voor uitkeringen. Doordat Zaanstad een meerjarig positief buig-saldo raamt en dus scherper begroot, is er minder budget beschikbaar voor uitkeringen., Actief - Positief: (1) Zaanstad zet de aanpak Werk of meedoen voort. Dit heeft combinatie van inzet op rechtmatigheid en doelmatigheid in zich. Hierdoor is de kans dat mensen onterecht een uitkering ontvangen kleiner én is de kans groter dat mensen die kunnen werken ook aan het werk gaan. (2) Door krappe arbeidsmarkt is sprake van lage instroom in de uitkering en kan meer aandacht worden besteed aan mensen die juist meer aandacht nodig hebben bij de begeleiding naar werk. | 5,1% | Positie 6 bij de jaarrekening 2025 | 1 positie hoger |
R6 | R1047 | Bij de aanbesteding van Wmo maatwerk worden nieuwe reële tarieven bepaald. Het risico hierbij is dat de tarieven hoger worden. Dit kan leiden tot hogere kosten voor Wmo maatwerk dan waar rekening mee is gehouden in de begroting. Voor 2027 zijn overbruggingsovereenkomsten afgesloten. Hierbij zijn de tarieven verhoogd en de financiële gevolgen hiervan zijn verwerkt in de begroting. Vanaf 2028 gelden er nieuwe producten en tarieven. Hiervoor geldt dit risico. | Extern - Gemeenten zijn verplicht om bij een nieuwe inkoop van Wmo reële tarieven vast te stellen. Het huidige tarief is enkele jaren geleden bepaald en sindsdien geïndexeerd. De indexatie van de afgelopen jaren is lager geweest dan de stijging van de kosten voor aanbieders. De lonen zijn sterker gestegen en de productiviteit is afgenomen (door toename verlof). Deze hogere kosten voor aanbieders worden doorvertaald in hogere tarieven voor de gemeente. | geld - Het budget voor Wmo wordt overschreden. | In voorbereiding - In de begroting 2027 wordt een autonome kostenstijging opgevoerd van € 3,5 miljoen per jaar als gevolg van de hogere tarieven Wmo. Daarmee is de omvang van de dit risico afgenomen., In voorbereiding - De gemeente heeft relatief weinig invloed op de tarieven voor Wmo voorzieningen. Deze tarieven worden bepaald aan de hand van de kosten voor personeel dat de diensten levert, plus marktconforme opslagen voor o.a. overhead. De gemeente heeft meer invloed op het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo en het aantal uren/dagdelen dat per inwoner wordt geleverd. Aan de hand van de afgegeven indicaties wordt gemonitord in hoeverre de kosten passen binnen het beschikbare budget en in hoeverre bijsturing nodig en mogelijk is. | 4,7% | Positie 4 bij de jaarrekening 2025 | 2 posities lager |
R7 | R1060 | Ingang nieuwe overeenkomsten voor specialistische jeugdhulp en (nieuwe) tarieven vanaf 2027. De huidige planning is dat de nieuwe overeenkomsten voor jeugdhulp per 1 januari 2027 in gaan. De aanbesteding wordt na de zomer van 2027 afgerond. Hierbij worden er afspraken gemaakt over onder andere de tarieven en sturing op de kosten. Dit biedt kansen op het beter kunnen beheersen van de kosten, maar leidt ook tot risico's op hogere kosten door met name stijgende tarieven. | Extern - De kosten om jeugdhulp te leveren zijn in de laatste jaren sterk toegenomen. Dit komt o.a. door stijgende lonen, als gevolg van nieuwe cao's (met forse loonsverhogingen) en krapte op de arbeidsmarkt. Daarbij leidt ook de sterke inflatie voor oplopende kosten voor bijvoorbeeld jeugdhulp met verblijf (kosten huisvesting en voeding). Gemeenten zijn verplicht om een reële vergoeding te betalen voor de gevraagde diensten. Hierdoor kunnen nieuwe overeenkomsten leiden tot hogere tarieven en daarmee hogere kosten. | geld - Als gevolg van de nieuwe overeenkomsten en tarieven voor jeugdhulp nemen de kosten hiervoor vanaf 2027 toe. | Geimplementeerd - Er wordt met aanbieders onderhandeld over de tarieven voor hoog-specialistische jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf. Hierbij wordt ingezet op tarieven die niet leiden tot hogere kosten. Daarbij zijn de tarieven voor (licht) specialistische jeugdhulp al vastgesteld. Deze tarieven leiden naar verwachting niet tot een stijging van de kosten. | 4,0% | Risico nieuw binnen de belangrijkste risico's | - |
81,3% |
