Hoofdlijnen

Financiële hoofdlijnen

Financiële hoofdlijnen

Het uitgangspunt voor de Begroting 2027 – 2030 is het meerjarenbeeld zoals dat is opgenomen in de Voorjaarsnota 2026 – 2030 en het coalitieakkoord 2026 - 2030. In onderstaande tabel staan de in deze begroting voorgestelde begrotingswijzingen met een saldo-effect die leiden tot een nieuw financieel meerjarenbeeld van de begroting 2027 over de jaren 2027 – 2030.

Tabel 1.2.1 Financieel beeld

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1.

Saldo Voorjaarsnota 2026

4.658

26.397

30.780

34.699

Verwerking coalitieakkoord 2026-2030

2.

Ontwikkelingen na de Voorjaarsnota 2026

-4.373

-4.061

-4.118

-4.974

3.

Extra inzet vanuit het Coalitieakkoord

7.917

9.747

10.089

10.119

4.

Algemene bijstellingen in de begroting

-13.079

-22.999

-21.741

-23.188

5.

Bijstellingen in de opgaven

500

-9.084

-15.010

-16.655

6.

Bijstelling egalisatiereserve

4.377

Eindsaldo coalitieakkoord (a)

0

0

0

0

Autonome ontwikkelingen na het coalitieakkoord

7.

Kapitaallasten investeringen

-1.443

-533

422

-3

8.

Ontwikkelingen salarisbudget

-504

-355

-355

-359

9.

Belastingen, heffingen en leges

-768

-746

-799

-868

10.

Renteontwikkelingen

280

280

280

280

11.

Onderwijshuisvesting

140

-32

107

184

12.

Jeugdzorg volumeontwikkeling

1.100

1.100

1.100

1.100

13.

Wmo ontwikkelingen

-200

-1.100

-1.100

-1.100

14.

Overige ontwikkelingen

-331

-331

92

92

Saldo autonome ontwikkelingen (b)

-1.727

-1.718

-254

-674

Oplossen incidentele knelpunten

15.

Vermakelijkheidsretributie (VMR)

330

16.

Jongerenhub Assendelft

145

17.

Inloopvoorziening Villa Westerweide

170

Totaal incidentele knelpunten (c)

645

0

0

0

18. 

 Exploitatielasten Sporthal Midden

425 

18.

Inzet groei van de gemeente voor Sporthal Midden

-425

19.

Egalisatiereserve (d)

1.082

1.718

254

674

Nieuw saldo meerjarenbegroting (e= a + b + c + d)

0

0

0

0

In het Coalitieakkoord 2026-2030 “De kracht van de Zaan” zijn veel maatregelen genomen om de kosten terug te dringen en de inkomsten te verhogen. De begroting van Zaanstad is daardoor meerjarig sluitend. De ontwikkelingen die zich voordoen ná de voorjaarsnota en het coalitieakkoord, leiden per saldo tot een voordeel van € 1,1 mln. in 2027, € 1,7 mln. in 2028, € 0,3 mln. in 2029 en meerjarig tot € 0,7 mln. Deze saldi voegen we toe aan de egalisatiereserve, om de risico’s en de meerjarige taakstellingen in de begroting deels mee te dempen.


Toelichtingen op het financieel meerjarenbeeld

Hieronder is per regel uit het financieel meerjarenbeeld een toelichting opgenomen.

  1. Stand voorjaarsnota 2026
    Dit is het saldo van vastgestelde voorjaarsnota 2026-2030.



Verwerking coalitieakkoord 2026 – 2030

  1. Ontwikkelingen na de Voorjaarsnota 2026

Tabel 1.2.2 Ontwikkelingen na de Voorjaarsnota 2026

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

a.

Raming BUIG

-2.000

0

-1.500

b.

Raming OZB

-900

-900

-900

-900

c.

Meicirculaire

-1.473

-3.161

-1.126

-4.074

d.

Egalisatiereserve

-592

Totaal

-4.373

-4.061

-4.118

-4.974

  1. Naar aanleiding van recente ontwikkelingen wordt een groter BUIG-voordeel verwacht in 2027 dan eerder al was begroot als gevolg van lagere uitkeringslasten. Daarnaast is de verwachting dat de lagere uitkeringslasten (ten opzichte van de rijksbijdrage) ook in 2029 nog tot een financieel voordeel zullen leiden, zoals ook reeds is begroot voor 2028.
  2. De WOZ waarde voor niet-woningen is gewijzigd door het opleggen van OZB aanslagen voor panden in aanbouw. Dit leidt tot hogere OZB opbrengsten voor niet-woningen.
  3. Dit is de verwerking van de Meicirculaire 2026. De financiële gevolgen van deze circulaire zijn nader toegelicht via een Raadsinformatiebrief (2026-10359801 ).
  4. Er wordt in 2029 een bedrag onttrokken van € 0,59 mln. uit de egalisatiereserve, om te zorgen dat de benodigde bijstellingen in de opgaven in 2029 niet hoger is dan in 2030.


  1. Extra inzet vanuit het Coalitieakkoord

Tabel 1.2.3 Extra inzet vanuit het Coalitieakkoord

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

a.

Minimaregelingen

244

b.

Funderingsherstel

159

500

500

c.

Uitstel invoering vaarvignet

300

d.

Park Hoogtij

124

124

124

124

e.

Extra ruimte voor parkeren

150

150

150

150

f.

Mobiliteit

250

250

250

250

g.

Poldervisie Assendelft

459

459

h.

Toezicht in ketens jeugd en WMO

522

522

522

i.

Extra inzet BIBOB

417

417

417

417

j.

Markten mogelijk maken

80

50

50

50

k.

Continueren uitvoeringsplan economische visie

561

561

561

l.

Bestuursopdracht evenementen

224

355

355

m.

Onderhoudsbudgetten VRZW

140

140

140

140

n.

Structurele financiering TWO

951

1.200

1.200

o.

Structurele financiering interventieteam

211

876

p.

Camera toezicht

370

370

370

370

q.

Camera's

80

80

80

r.

Persoonsgerichte aanpak volwassenen

250

250

250

250

s.

Juridische inzet

400

400

400

400

t.

Informatieveiligheid

500

500

500

500

u.

Budget wijken en dorpen

150

150

150

150

v.

Continuering budget bestuur

560

560

560

280

w.

Lobbyist

138

138

138

138

x.

Public affairs

100

100

100

100

y.

Bezwaar WOZ

633

633

633

633

z.

Groei van de gemeente

2.428

2.428

2.428

2.428

Totaal

7.917

9.747

10.089

10.119

  1. Behandeling van aanvragen voor minimaregelingen is een wettelijke taak waaraan een wettelijke behandeltermijn is verbonden. Er was tijdelijk 2 fte extra toegekend tot 2026, maar de capaciteit is nodig om aan de wettelijke taak te kunnen voldoen. De inzet wordt nu met 1 jaar verlengd, in samenhang met meerdere aanpassingen in de minimaregelingen.
  2. Middelen voor funderingsherstel zijn nog niet structureel begroot. Dit is nodig om de werkzaamheden voor funderingsherstel uit te kunnen blijven voeren en de middelen zijn onderdeel van de cofinanciering in het VHF-1 en daarmee noodzakelijk om aan de financiële afspraken met het Rijk te kunnen voldoen.
  3. Er is een jaar langer tijd nodig om na te denken over de wijze van invoering van het vaarvignet. De ingangsdatum was 2027 en wordt nu 2028.
  4. In 2026 wordt gewerkt aan een recreatieve bufferzone tussen Nauerna en het bedrijventerrein HoogTij. Hierover zijn bestuurlijke afspraken gemaakt. De onderhoudskosten voor dit park zijn geraamd op € 0,124 mln.
  5. Om parkeren beter mogelijk te maken, zijn extra middelen nodig (€ 0,15 mln.).
  6. Voor de uitvoering van het Zaans Mobiliteitsplan zijn extra middelen nodig (€ 0,25 mln.).
  7. Voor de grote ruimtelijke opgave in de polder Assendelft is een visie, projectleiding en projectbudget nodig (€ 0,459 mln. in 2027 en 2028)
    We zien de druk op ons buitengebied toenemen. Zo eisen verschillende partijen en overheden ruimte op in de polder bij Assendelft, voor onder meer waterberging, de aanleg van energienetwerken, windmolens en een zware hoogspanningslijn voor elektriciteit (380KV). De gemeente wil de regie nemen bij ontwikkelingen in het buitengebied. We maken daarom een overkoepelende poldervisie voor Assendelft, waarin de vele opgaven samenkomen. En we blijven ons verzetten tegen het plaatsen van de 380KV hoogspanningslijn door de polder Assendelft.
  8. Voor 2026 en 2027 zijn incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld voor toezicht en naleving op de inzet van jeugdhulp en Wmo. Het gaat per jaar om € 0,522 mln. budget voor het versterken van toezicht in beide ketens: € 0,261 mln. onder Jeugd en € 0,261 mln. onder Wmo. Deze aanpak wordt gecontinueerd.
  9. De Wet BIBOB is een belangrijk wettelijk instrument en speerpunt om te voorkomen dat de legale lokale economie ontwricht wordt door ondermijning. Bijvoorbeeld door misbruik van vergunningen, subsidies en het daarmee door de overheid - ongewild faciliteren van ondermijning. Dit vraagt om meer screening en onderzoeken door uitbreiden van het huidige BIBOB-expertise team met meer specialistische onderzoeken naar vastgoedtransacties, vergunningaanvragen en contracten in het sociaaldomein. De uitvoering van de wet Bibob wordt meerjarig mogelijk gemaakt en na 2 jaar geëvalueerd.
  10. Er komt in 2027 € 0,08 mln. en structureel € 0,05 mln. beschikbaar om de markten in Zaanstad mogelijk te blijven maken. In 2027 wordt beoordeeld welke kosten kunnen meebewegen met de omvang van de markt en welke kosten kunnen dalen als de kooplieden meer eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden voor hun kraam krijgen. Vanaf 2028 is de bijdrage daarom lager dan in 2027.
  11. Er komt structureel € 0,561 mln. beschikbaar voor het uitvoeringsplan van de economische visie 2030.
  12. De bestuursopdracht evenementen wordt verlengd om het evenementenbeleid verder vorm te geven.
  13. De onderhoudsbudgetten worden overgedragen van de gemeente naar de Veiligheidsregio (VrZW) en op niveau gebracht.
  14. Het  TWO wordt t/m 2027 incidenteel gefinancierd uit externe middelen. De inzet van het TWO wordt structureel gemaakt.
  15. Het interventieteam is t/m 2028 volledig incidenteel gefinancierd met externe middelen en in 2029 gedeeltelijk. Met deze middelen wordt de inzet van het interventieteam structureel gemaakt.
  16. Er komt meer gericht cameratoezicht op strategische locaties, waaronder het uitgaansgebied.
  17. Het aantal camera's in de gemeente wordt uitgebreid. Het is een investering van € 0,4 mln. die in 5 jaar wordt afgeschreven. De investering is gepland voor 2027, daarom start de afschrijving vanaf 2028.
  18. Er worden middelen vrijgemaakt voor de persoonsgerichte aanpak volwassenen.
  19. Gemeenten staan voor steeds complexere maatschappelijke opgaven. Veel dossiers raken meerdere regels tegelijk, waardoor de juridische risico’s toenemen en kwesties vaker politiek gevoelig worden. Door deze ontwikkelingen neemt het aantal juridische vragen, bezwaren en complexe casussen toe. Een stadsadvocaat biedt hierin structureel expertise, consistent juridisch advies en helpt risico’s te beheersen in een steeds complexere bestuurlijke omgeving. Het budget voor extern juridisch advies (de stadsadvocaat en andere advocaten) is nu niet toereikend. Het budget extern juridisch advies wordt op het niveau gebracht dat nodig is.
  20. We moeten onze verdediging tegen cybercrime continu verbeteren. Een belangrijke stap die we moeten zetten is het beter vastleggen en analyseren wat er op onze computersystemen gebeurt, zodat we verdachte activiteiten sneller zien en eerder kunnen stoppen. Ook zullen we vaker gapanalyses, risicoanalyses & interne en externe audits moeten organiseren.
    De kosten betreffen structurele materiele kosten (software en hardware), om activiteiten op servers en netwerken te loggen en analyseren en een beheerder technische beveiliging.
  21. Het wijk- en dorpsgericht werken wordt verstevigd.
  22. In de huidige begroting is structureel budget voor 5 fte wethouder incl ondersteuning opgenomen. Dit wordt uitgebreid naar 6,1 fte.
  23. Alle grotere gemeenten zijn vertegenwoordigd in Den Haag met een lobbyist voor het onderhouden van contacten met Tweede Kamerleden, ministeries en andere lobbyisten. Voor Zaanstad is het tijd daar ook aanwezig te zijn, zeker als de gemeente verder groeit.
  24. Om een actieve lobby te blijven voeren bij partners en andere overheden (Rijk, provincie, EU) voor extra kansen voor de gemeente worden structurele middelen vrijgemaakt.
  25. De opkomst van zogeheten ‘no cure no pay’-bureaus heeft ook in Zaanstad geleid tot een stijging van het aantal WOZ-procedures. We maken structurele middelen vrij voor de uitvoering van het volledige heffings- en bezwaar/beroepsproces.
  26. In de begroting is een budget opgenomen voor Groei van de gemeente. Het doel hiervan is dat de gemeente kan groeien met kwaliteit en dat de basis financieel op orde blijft, ook als de gemeente sterk groeit. Voor 2027 e.v. is hiervoor een bedrag van € 2,026 mln. opgenomen. Daarnaast nemen de OZB opbrengsten toe, doordat er woningen worden gebouwd. Deze jaarlijkse areaal uitbreiding van de OZB is bedoeld om in te zetten om de kosten voor de groei van de gemeente mee te dekken. Deze extra OZB opbrengst van woningen leidt tot een voorlopig geraamde extra opbrengst van € 0,44 mln. Het totale budget dat beschikbaar is voor groei van de gemeente komt hiermee uit op € 2,466 mln. en wordt in deze begroting ingezet om uitgaven die verband houden met de groei uit te dekken. Dit zijn de volgende uitgaven:

Tabel 1.2.4

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1

Onderhoudslasten openbare ruimte a.g.v. areaaluitbreiding

350

350

350

350

2

Groei van de meldingen openbare ruimte

139

139

139

139

3

Werkzaamheden mobiliteit

298

298

298

298

4

Sportstimulering

41

41

41

41

5

Volumegroei jeugdhulp door groei aantal jeugdigen/inwoners

457

457

457

457

6

Volumegroei Wmo door groei aantal inwoners

398

398

398

398

7

Toenemende vraag subsidieregelingen cultuur & evenementen

180

180

180

180

8

Capaciteit Bouw-RO toezichthouders en handhavingsjuristen

69

69

69

69

9

Leaseauto's toezicht/handhaving

25

25

25

25

10

Capaciteit BOA's     

98

98

98

98

11

Capaciteit voor ondermijning

50

50

50

50

12

Toename overlastmeldingen

34

34

34

34

13

Toename afspraken bij burgerzaken

128

128

128

128

14

Toename contactmomenten Klant Contact Center (KCC)

38

38

38

38

15

Waardebepaling, heffen en invorderen gemeentelijke belastingen

123

123

123

123

Totaal

2.428

2.428

2.428

2.428

  1. Door de groei van de gemeente neemt het areaal van de openbare ruimte toe. Daarmee stijgen de jaarlijkse onderhoudslasten met € 0,35 mln.
  2. Door de groei van de gemeente en dan met name de binnenstedelijke groei, stijgt het aantal meldingen in de openbare ruimte (afgelopen jaar 1.200 meldingen meer dan jaar ervoor). Er zijn meer bewoners die meldingen maken en de openbare ruimte wordt intensiever gebruikt. Zo zien we onderhoudsachterstanden toenemen, zijn er meer opruimwerkzaamheden vanwege de toename van de vogelgriep, neemt het aantal daklozen toe waardoor er ook een toename is van het aantal verblijfsplekken in de openbare ruimte die we opruimen. De trend van stijgende meldingen doet zich al meerdere jaren voor. Het is nodig om de budgetten van de meldingen aan te passen op deze groei van de meldingen. De hogere kosten bedragen structureel € 0,14 mln. Dit komt neer op 1 fte.
  3. Door de groei van de gemeente nemen de werkzaamheden voor mobiliteit toe. Door de verdichting ontstaan knelpunten in mobiliteit in zowel bestaande wijken als nieuw te bouwen wijken, zoals het Eiland en Houthavenkade. Kortom: meer inwoners op een vierkante kilometer, zorgt voor meer druk op de openbare ruimte en dus ook op mobiliteitsvraagstukken. Het gaat hierbij om reguliere werkzaamheden zoals het beantwoorden van klachten, vragen en verzoeken vanuit de omgeving, onderzoeken uitvoeren, databeheer verkeersmonitoring en modelering, capaciteit voor initiatief- en planvorming. Deze werkzaamheden zijn 8 jaar lang incidenteel gefinancierd geweest en daarom is de capaciteit al 8 jaar lang niet structureel opgehoogd. Er is structurele capaciteitsuitbreiding nodig om de basiswerkzaamheden uit te kunnen voeren. Dit komt neer op 2 fte.
  4. Het aantal medewerkers sportstimulering is al jaren gelijk. Met een steeds grotere groep inwoners die te weinig bewegen, is juist meer inzet nodig. Het aantal inwoners is van 2020 naar 2027 met 7,7% gegroeid. Dit leidt tot een verhoging van het budget met € 0,041 mln.
  5. De verwachte groei van het aantal jeugdigen van 0 tot en met 17 jaar in 2027 (ten opzichte van 2026) bedraagt 0,6%. Het is zeer aannemelijk dat de inzet van jeugdhulp meegroeit met de groei van het aantal jeugdigen in Zaanstad. De inzet van jeugdhulp is een wettelijk verplichte basistaak van de gemeente. Uitgaande van een groei van 0,6%, nemen de kosten voor jeugdhulp in 2027 met € 0,457 mln. toe.
  6. De verwachte groei van het aantal inwoners in 2027 (ten opzichte van 2026) bedraagt 1,3%. De inzet van Wmo groeit mee met de groei van het aantal inwoners in Zaanstad. De inzet van Wmo is een wettelijk verplichte basistaak van de gemeente. Uitgaande van een groei van 1,3%, nemen de kosten voor Wmo in 2027 met € 0,663 mln. toe. Een deel hiervan hoeft niet uit Groei van de Stad te worden gedekt, vanwege de beschikbare rijksmiddelen voor de volumegroei van de Wmo als gevolg van de vergrijzing. Hierdoor bedraagt de aanvraag vanuit Groei van de Stad nog € 0,398 mln. vanaf 2027.
  7. Met de groei van de gemeente en de toename van het aantal inwoners neemt het aantal aanvragen op de verschillende cultuur- en evenementenregelingen de afgelopen jaren toe. Daarnaast moeten de culturele instellingen een steeds grotere groep inwoners bedienen, wat bijvoorbeeld gevolgen heeft voor het aantal cursusgroepen dat de Bieb aanbiedt, het aantal schoolkinderen dat Fluxus bedient en het verzamelbeleid van het Zaans Museum.
  8. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en handhaven op o.a. horeca en evenementen, nieuwbouw, bestaande bouw, monumenten, illegale woonactiviteiten, funderingen, brandveilig gebruik, etc. Door de groei van de gemeente neemt het aantal meldingen/ registraties toe. Om de activiteiten van de afdeling Bouw-RO uit te kunnen voeren op het basisniveau is capaciteitsuitbreiding nodig. De aanvraag betreft 0,5 fte, gebaseerd op een groei van het aantal inwoners met 1,3%.
  9. Door de groei van de gemeente zijn de werkzaamheden bij Bouw RO (toezicht en handhaving) toegenomen. Toezichthouders moeten gebruik maken van dienstauto's. Er zijn niet voldoende dienstauto's beschikbaar, waardoor niet kan worden voldaan aan de basisafspraken t.a.v. toezicht en handhaving zoals in het gemeentelijk beleid opgenomen. Er zijn daarom 3 extra lease-auto's nodig. De jaarlijkse kosten zijn € 0,025 mln. per jaar.
  10. Gemeenten zijn verplicht toezicht te houden op naleving van wet- en regelgeving. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Dit omvat verschillende aspecten zoals aanpakken van overlast en handhaving bij overtredingen. Om toezicht en handhaving van de openbare ruimte, op het basisniveau, mee te kunnen laten groeien met de groei van de gemeente is capaciteitsuitbreiding nodig. De aanvraag betreft 0,9 fte, gebaseerd op een groei van het aantal inwoners met 1,3%.
  11. Door de groei van de gemeente en het aantal inwoners en bedrijven neemt ook de hoeveelheid werk van de afdeling Ondermijning toe. De aanvraag betreft 0,4 fte, gebaseerd op een groei van het aantal inwoners met 1,3%.
  12. Bevolkingsgroei, vooral in stedelijke gebieden, leidt tot meer potentiële overlast- en veiligheidssituaties (meer mensen, meer drukte, meer afval) en een toename van overlastmeldingen. Dit geldt ook voor Zaanstad. Om overlast te voorkomen en een bijdrage te leveren aan de openbare orde en veiligheid, is ook extra inzet vanuit Jeugd & Veiligheid nodig. Met inzet van deze middelen kunnen de voorzieningen en activiteiten die nodig zijn om de leefbaarheid en veiligheid op peil te houden meegroeien met de groei van de gemeente. De aanvraag betreft 0,25 fte, gebaseerd op een groei van het aantal inwoners met 1,3%.
  13. Meer inwoners betekent meer werk voor de afdeling Burgerzaken. Het betekent meer balieafspraken, huwelijken, geboortes, overlijdens, vestigingen, verhuizingen etc. De aanvraag betreft 1 fte, gebaseerd op een groei van het aantal inwoners met 1,3%.
  14. Het KCC behandelt vragen en verzoeken om informatie van inwoners. Door een stijging van het aantal inwoners neemt het aantal contactmomenten toe. De aanvraag betreft 0,3 fte, gebaseerd op een groei van het aantal inwoners met 1,3%.
  15. Voor de afdeling Belastingen geldt dat als het aantal objecten, woningen, bedrijven, gebouwen en inwoners toeneemt, ook de werkzaamheden van de afdeling Belastingen toenemen. Omdat het aantal objecten relevant is voor de werkzaamheden van de afdeling Belastingen, is uitgegaan van de gemiddelde groei van het aantal woningen: 1,6%. Uitgaande van de huidige formatie van de afdeling belastingen betekent dit een groei met 0,8 fte.


  1. Algemene bijstellingen in de begroting

Tabel 1.2.5 Bijstellingen in de begroting

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

a.

Bijstelling stelpost planningsoptimisme

-600

-600

-600

-600

b.

VNG advies Jeugdzorg

-10.900

-10.900

-10.900

c.

Besparing kosten Jeugdzorg/WMO door intensivering toezicht

-522

-522

-522

d.

Realisatiestimulans

-1.000

-1.000

-1.000

e.

Structurele inzet egalisatiereserve en reserves

-2.886

-3.187

-2.954

-5.826

f.

Stoppen storting Transformatiefonds

-5.401

-4.976

-4.551

-4.126

g.

Lagere dotatie reserve bodembeheer

-366

-366

-366

-366

h.

Extra rijksmiddelen duurzaamheid (CDOKE)

3.900

3.900

3.900

3.900

i.

Capaciteit duurzaamheid dekken uit extra rijksmiddelen (CDOKE)

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

j.

Inkomende rijksmiddelen duurzaamheid (CDOKE)

-3.900

-3.900

-3.900

-3.900

k.

Zaans museum

1.518

1.518

1.518

1.518

l.

Kapitaallasten verbouwing museum

600

600

m.

Exploitatie zwembad De Slag

400

800

800

800

n.

Afstel zero emmissie zones

-978

o.

Groei van de gemeente

-2.466

-2.466

-2.466

-2.466

Totaal

-13.079

-22.999

-21.741

-23.188

  1. Bij de begroting 2024 is in het kader van scherper aan de wind varen een stelpost planningsoptimisme opgenomen van € 1 mln., omdat we jaarlijks werkelijk minder investeren dan we gepland hebben. Uit analyse van de werkelijke kapitaallasten t.o.v. de begrote kapitaallasten van de afgelopen 4 jaar blijkt dat deze stelpost verhoogd kan worden met € 0,6 mln.
  2. De kosten voor de jeugdhulp stijgen en worden nog niet volledig door het rijk vergoed. Omdat het rijk hier wel toe verplicht is doet de commissie Van Ark onderzoek naar ontwikkelingen in de jeugdhulp. Zij geeft naar verwachting begin 2027 een zwaarwegend advies aan het kabinet om gemeenten voldoende te vergoeden voor de kosten. We vertrouwen er daarom ook op een extra bijdrage van het rijk voor de jeugdhulp vanaf 2028 te ontvangen. Dit is ook wat de VNG aan gemeenten adviseert. Voor het geval deze middelen niet volledig worden toegekend, werken we aan een scenario B voor de dekking van de jeugdhulp.
  3. Het intensiveren van het toezicht in de keten jeugdhulp en WMO heeft als effect dat er lagere lasten zijn bij de jeugdhulp en de WMO.
  4. Met ingang van 1 januari 2026 is er een nieuwe financiële regeling van het Rijk in werking, de Realisatiestimulans 2025-2029. Kort samengevat voorziet de regeling in een jaarlijkse bijdrage van € 7.000,- (excl. Btw) per betaalbare woning waarvan de bouw gestart is in het voorgaande jaar, en waarvoor nog geen andere subsidies zijn toegekend. Wij verwachten in 2027, 2028 en 2029 € 1 mln. te ontvangen vanuit deze regeling.
  5. Volgens de financiële spelregels van het Rijk mogen gemeenten 10 procent van de algemene reserve inzetten als structureel dekkingsmiddel (onder de voorwaarde dat de solvabiliteit minimaal 20% is). In Zaanstad gebruiken we daar de egalisatiereserve voor. De inzet vanuit de egalisatiereserve stijgt omdat de reserve is gegroeid. Daarnaast is de jaarschijf 2030 toegevoegd.
  6. De omvang van het transformatiefonds is ruim voldoende om aan de verplichtingen te voldoen. De rijksbijdragen voor woningbouw en onze nieuwe koers ten aanzien van de woningbouwprogrammering maken het mogelijk de geplande dotaties aan het fonds anders te benutten.
  7. De dotatie aan de bestemmingsreserve bodembeheer is door extra rijksmiddelen niet meer nodig.
  8. Vanuit de meicirculaire is gebleken dat gemeenten extra middelen krijgen voor duurzaamheid. Dit geldt zeker voor 2027 en naar verwachting ook tot en met 2030. Deze extra middelen bieden de mogelijkheid om de inzet op duurzaamheid binnen de gemeente te continueren en te versterken. We kiezen ervoor om de bestaande gemeentelijke inzet hieruit te dekken. Ook combineren we de inzet van deze middelen voor verduurzaming met het werken aan onze andere opgaven, zoals de investering voor de verduurzaming van het Zaantheater, duurzaamheid in de openbare ruimte en bij sportaccommodaties.
  9. Zie h.
  10. Zie h.
  11. Omdat we een andere aanpak van de Zaanse Schans voorstaan, worden de kosten voor het Zaans Museum technisch weer in de Begroting opgenomen.
  12. Het Zaans Museum speelt een belangrijke rol in het behoud en de presentatie van de Zaanse geschiedenis. Tegelijkertijd staat de financiële positie van het museum onder druk. De kosten voor het onderhoud worden geraamd op ongeveer € 16 miljoen. Om verschillende redenen zijn in het verleden door het Zaans Museum en Stichting Zaanse Schans onvoldoende middelen opgebouwd in de meerjarenbegrotingen voor toekomstig groot onderhoud. De financiële gevolgen hiervan komen uiteindelijk grotendeels voor rekening van de gemeente. De coalitie start daarom een verkenning naar een toekomstbestendige inrichting van het Zaans Museum, de collectie en de huisvesting. Daarbij worden verschillende scenario’s onderzocht. We kijken naar voortzetting op de huidige locatie, een andere invulling en/of organisatorische inrichting en naar alternatieve huisvesting.
  13. We begroten de exploitatie die past bij de bouw van het nieuwe zwembad De Slag, gepland voor oplevering in 2027.
  14. In de reserve klimaatakkoord is € 0,98 mln. opgenomen voor de invoer van de zero emissiezones. Dit bedrag kan vrijvallen, omdat van invoer wordt afgezien.
  15. In de berekening van de algemene uitkering houden we rekening met groeiende aantallen (zoals inwoners en woningen). Aan de batenkant van de Zaanse begroting is daarom een oplopende gemeentefondsuitkering verwerkt. De extra baten zijn nodig om de groei van onze gemeente uit te bekostigen. Daarnaast worden veel woningen gebouwd. De extra woningen zorgen voor een toename van de WOZ waarde van de gemeente en daarmee tot hogere OZB opbrengsten.

    Aan de lastenkant is daarom een stelpost opgenomen waaruit de groei van de gemeente betaald kan worden. Elk jaar bij de voorjaarsnota wordt deze stelpost ingezet voor het volgende jaar. Nu is het bij de begroting, vanwege de coalitieonderhandelingen.

    De jaarschijf groei van de gemeente 2027 valt structureel vrij in de begroting. Hier worden de lasten a.g.v. groei van de stad uit gedekt (zoals toegelicht onder tabel 1.2.3, bij z.).


  1. Bijstellingen in de opgaven

Tabel 1.2.6 Bijstellingen in de opgaven

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

Bijstelling opgaven

a.

Kansengelijkheid

-3.043

-3.043

-3.043

b.

Verstedelijking

-1.033

-1.033

-1.033

c.

Duurzaamheid

-170

-170

-170

d.

Gezondheid

-2.275

-3.022

-3.022

e.

Economie, kunst en cultuur

-1.563

-2.125

-2.125

f.

Samen werken aan Zaanstad 7.1 en 7.2

-150

g.

Taakstellende opdracht aan het college

-3.617

-3.112

Bijstelling ambtelijke organisatie

h.

Personeel en bedrijfsvoering

500

-1.000

-2.000

-4.000

Totaal

500

-9.084

-15.010

-16.655


De specificatie per opgave is als volgt:


  1. Kansengelijkheid

Tabel 1.2.7 Kansengelijkheid

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1

Brugfunctionarissen financieren uit OAB

-214

-214

-214

2

Schoolmaatschappelijk werk financieren uit OAB

-356

-356

-356

3

Stadspas stoppen

-100

-100

-100

4

Inburgering terug naar wettelijk minimum

-158

-158

-158

5

Opgavenbudget effectiever

-250

-250

-250

6

Armoedebeleid effectiever

-250

-250

-250

7

Verminderen Individuele Inkomens Toeslag

-990

-990

-990

8

Stoppen ziektekostenverzekering

-2.900

-2.900

-2.900

9

Bijzondere Bijstand naar wettelijk minimum (100%)

2.175

2.175

2.175

Totaal Kansengelijkheid

-3.043

-3.043

-3.043

  1. We zetten de specifieke rijksmiddelen (OAB: Onderwijsachterstandenbeleid) in voor de brugfunctionarissen. Hierdoor hoeven deze lasten niet meer uit de algemene middelen betaald te worden.
  2. We zetten de specifieke rijksmiddelen (OAB: Onderwijsachterstandenbeleid) in voor het schoolmaatschappelijk werk. Hierdoor hoeven deze lasten niet meer uit de algemene middelen betaald te worden.
  3. We stoppen met de Stadspas.
  4. We voeren onze taken op het gebied van inburgering uit het op wettelijk minimale niveau.
  5. We verhogen de effectiviteit van het opgavebudget.
  6. We verhogen de effectiviteit van het armoedebeleid. Er zijn nu te veel losse projecten en regelingen. We kiezen voor een armoede- en schuldenaanpak die eenvoudiger, overzichtelijker en effectiever is.
  7. We verminderen de Individuele Inkomens Toeslag (IIT).
  8. We stoppen met het aanbieden van de collectieve ziektekostenverzekering voor inwoners met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum (einddatum 31-12-2027).
  9. Door het verminderen van de Individuele Inkomens Toeslag en het stoppen met de bijdrage zorgverzekering stijgt de vraag naar de Bijzondere Bijstand en de uitvoeringskosten.


  1. Verstedelijking

Tabel 1.2.8 Verstedelijking

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1

MAAK en gebiedsontwikkeling

-500

-500

-500

2

Biodiversmaaibeleid

-200

-200

-200

3

90% tarief rioolheffing kwijtschelden

-165

-165

-165

4

Kunst in de openbare ruimte

-168

-168

-168

Totaal Verstedelijking

-1.033

-1.033

-1.033

  1. We besparen door het aantal nieuwe projecten bij Maak en gebiedsontwikkeling te beperken. We focussen ons hierbij op het middensegment en rekenen zo veel mogelijk kosten toe aan de ontwikkelaars.
  2. We besparen op de kosten voor het maaien. Biodivers maaien is van belang voor biodiversiteit, maar kan goedkoper. We stellen daarom een nieuw plan biodivers maaien op.
  3. Het bedrag wat kwijtgescholden wordt voor rioolheffing verlagen we van 100% naar 90%, waardoor we een besparing realiseren.
  4. We beperken de nieuwe uitgaven aan kunst in de openbare ruimte.


  1. Duurzaamheid

Tabel 1.2.9 Duurzaamheid

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1

90% tarief afvalstoffenheffing kwijtschelden

-170

-170

-170

Totaal Duurzaamheid

-170

-170

-170

  1. Het bedrag wat kwijtgescholden wordt voor afvalstoffenheffing verlagen we van 100% naar 90%, waardoor we een besparing realiseren.


  1. Gezondheid

Tabel 1.2.10 Gezondheid

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1

Slim Investeren

-676

-676

-676

2

RAAZ

-144

-216

-216

3

GGD

-280

-280

-280

4

Plustaken GGD

-500

-500

-500

5

Efficiency en beleidskeuzes Werken in de Wijk

-675

-1.350

-1.350

Totaal Gezondheid

-2.275

-3.022

-3.022

  1. Het budget slim investeren wordt volledig afgeraamd.
  2. We beëindigen de relatie met RAAZ.
  3. We besparen 3% bij de GR GGD, zo veel als mogelijk via efficiency en verder door aanpassing van de inhoudelijke opdracht. Eerder is al 2% ingevuld, waardoor er totaal een taakstelling van 5% is opgelegd.
  4. We stoppen met een deel van de plustaken GGD op het gebied van opvoedondersteuning.
  5. We besparen bij Werken in de Wijk zo veel als mogelijk via efficiency en verder door aanpassing van de inhoudelijke opdracht.


  1. Economie, kunst en cultuur

Tabel 1.2.11 Economie, kunst en cultuur

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1

Reserveringsgelden riviercruises

-200

-200

-200

2

Diverse maatregelen kunst en cultuur

-1.363

-1.925

-1.925

Totaal Economie, Kunst en cultuur

-1.563

-2.125

-2.125

  1. We creëren extra inkomsten door de reserveringsgelden voor de riviercruises te verhogen.
  2. Het aanbod van onze culturele voorzieningen past niet meer bij de middelen die we beschikbaar hebben. Een aantal voorzieningen moet meer op eigen benen komen te staan, door hun programmering aan te passen en hun eigen inkomsten te verhogen. We zetten verder in op een beperking van het aanbod, waarbij we de versnippering en de overlap tegen gaan. Ook halen we op een aantal plekken de “overhead” uit de regeling, om zo de beperkte middelen directer bij de cultuurgebruiker te krijgen. Het is een opdracht aan het college om de besparingen bij Kunst en Cultuur voor de Begroting 2028 verder in te vullen.


  1. Samen werken aan Zaanstad

Tabel 1.2.12 Samen werken aan Zaanstad

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

1

Anders inzetten van Rekenkamer en ombudsman

-150

Totaal Samen werken aan Zaanstad

-150

  1. De coalitie vult de dienstverlening van de Rekenkamer en de ombudsman vanaf 2030 anders in.


  1. Taakstellende opdracht college
    De uitwerking van deze taakstelling is aan het college. De uitgewerkte voorstellen volgen bij de Voorjaarsnota 2027 en de Begroting 2028.

  2. Personeel en bedrijfsvoering
    De personele bezetting en de bedrijfsvoering dalen mee met de keuze van het bestuur. Daarnaast omarmen we de kansen van AI om efficiënter te werken. Om dat de kunnen realiseren zetten we in 2027 extra in op een programma dat dat mogelijk maakt.


  1. Bijstelling egalisatiereserve
    In 2027 is er een positief saldo van € 4,4 mln. Dit saldo wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve.


  1. Kapitaallasten investeringen
    Dit is de mutatie als gevolg van actualisatie van de uitbreidingsinvesteringen en de meerjaren investeringsplanning (MIP) vervangingsinvesteringen.


Uitbreidingsinvesteringen

Voor een toelichting op de uitbreidingsinvesteringen, zie hoofdstuk 5 van dit memo en de bijgevoegde rapportage Investeringen 26.2.

  • Afwikkelingen laatste investeringen vanuit het Investeringsfonds:
    De grootste mutaties bij de uitbreidingsinvesteringen zijn het verhogen van het krediet HOV met € 0,4 mln. door hogere indexatie dit komt door de langere doorlooptijd. Verhogen van het krediet Hockeyclub De Kraaien met € 0,145 mln. en verhogen van het krediet Verbindingsweg Dorpsstraat-Communicatieweg met € 0,102 mln. ivm het doorvoeren van indexatie. Dit heeft geen effect op de begroting, omdat dit nog kan worden opgevangen binnen het restant van de reserve investeringsfonds.
  • Bijstellingen binnen MIP uitbreidingsinvesteringen:
    Bij de reserveringen is Pocketpark (Openbare Ruimte Westzijde) opgenomen voor € 0,07 mln. Dit heeft geen effect op de begroting, omdat de kapitaallasten worden gedekt uit de stelpost kapitaallasten.

De stelpost kapitaallasten is opnieuw berekend op basis van de nieuwe faseringen van de investeringen. In het jaar 2027 hebben we deze stelpost niet volledig nodig waardoor er € 0,483 mln. vrij kan vallen. In hoofdstuk 5 Investeringen van dit memo wordt inzicht gegeven in de stelpost kapitaallasten en is hier een verdere toelichting over opgenomen.

Vervangingsinvesteringen

In het MIP van de vervangingsinvesteringen zijn de grootste mutaties:

  • Verschuiven van 2026 naar 2027 van:
    • het krediet voor de bouwkundige aanpassingen inrichting stadhuis (€4,53 mln.), hierdoor ontstaat een voordeel van € 0,52 mln.
    • civiele kunstwerken van 2026 naar 2028 en 2029 (investering totaal €16 mln.), dit betreft een voordeel in de kapitaallasten van € 0,4 mln.
    • verkeersregelinstallaties en openbare verlichting (totaal € 5,0 mln.), hierdoor ontstaat een voordeel van € 0,3 mln.
  • Bij de voorjaarsnota is herfasering doorgevoerd bij de kredieten van de Durghorst en Huis van de Wijk. Hierdoor starten de afschrijvingslasten en de huurinkomsten een jaar later. De afschrijvingslasten zijn al bij de VJN een jaar doorgeschoven, de huurinkomsten worden nu bij de begroting verwerkt. Hierdoor is er in 2029 een nadeel van € 0,27 mln.
  • Diverse kleinere verschuivingen in totaal een nadeel van € 0,2 mln.
  1. Ontwikkelingen salarisbudget
    Het uitgangspunt van de salarisbegroting zijn de feitelijke salariskosten in het begrotingsjaar. Dit voordeel komt door de personele mutaties die plaats hebben gevonden in de periode februari t/m mei. De nieuwe collega’s zitten gemiddeld op een lagere trede in de schaal dan de collega’s die zijn weggegaan of zitten op een lagere trede in de schaal dan het normbedrag voor de functies waar een vacature open stond. In 2027 is ook het financieel effect van de toelagen verwerkt.
  2. Belastingen, heffingen en leges
    De tariefberekeningen 2027 voor de heffingen en leges zijn opgesteld volgens de uitgangspunten van de voorjaarsnota 2027, inclusief de daar bepaalde prijsindex van 2,1%, de toerekening van de salarislasten conform de CAO Gemeenten 2026 en de indexatie van het overheadtarief 3,57% (subsidie index).

De hogere opbrengsten vanuit de belastingen, heffingen en leges worden met name verklaard door:

  • Stijging van de toeristenbelasting door een toename van het aantal overnachtingen (€ 0,15 mln.)
  • Hogere opbrengsten vanuit naheffingsaanslagen, door stijging van het aantal aanslagen en door een tariefstijging van 3,2% door vervanging van parkeerautomaten en door toepassing van de reguliere loon- en prijsontwikkeling (€ 0,17 mln.).
  • Hogere opbrengsten bij de heffingen door diverse kleinere ontwikkelingen, zoals tractie en overhead (€ 0,13 mln.)
  • Hogere opbrengsten vanuit leges H1 algemene dienstverlening door een stijging van het aantal reisdocumenten en rijbewijzen dat wordt afgenomen (€ 0,3 mln.).
  • Hogere opbrengst op de leges Kinderopvang door het kostendekkend maken van de leges voor kinderopvang voor nieuwe aanvragen (€ 0,028 mln.).

Bij de volgende leges zijn saldo neutrale mutaties doorgevoerd:

  • De tarieven voor leges Evenementen A en B stijgen in 2027 alleen met de inflatie van 2,1%. Hiermee wordt afgeweken van het kader van 100% kostendekkende tarieven. Het tekort dat hierdoor ontstaat van € 0,110 mln. wordt gedekt uit het evenementenbudget 2027. Dit budget wordt via de reserve budgetoverheveling bij de Narap aangevuld vanuit de onderbesteding op het evenementenbudget in 2026.
    De bestuursopdracht Evenementen wordt afgerond voor de Voorjaarsnota 2027 en moet een structurele oplossing bevatten voor het vraagstuk rondom de leges voor evenementen. Daarbij dienen leges voor grote commerciële evenementen een hoog tarief te kennen en kleine (maatschappelijke) evenementen een laag tarief. Dit wordt onderdeel van de integrale afweging van de Voorjaarsnota.
  • Door de ingang van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting per 1 juli 2026 zijn landelijke kaders vastgelegd voor groepen die urgentie kunnen krijgen. Dit zorgt naar verwachting voor een forse toename van het aantal urgentieaanvragen. Het team urgenties wordt daarom uitgebreid (€ 0,187 mln.). De kosten worden in 2027 gedekt door het tarief van urgenties te verhogen naar € 80 per aanvraag en het restant te dekken uit de onderbesteding in 2026 op het incidentele budget van de Wet Versterking regie volkshuisvesting (€ 0,182 mln.). Hiermee ontstaat tijd om in 2026/ 2027 te werken aan een structurele oplossing en is daarnaast meer bekend over de ontwikkeling van de aantallen, wat ook meegenomen kan worden in de structurele oplossing.

  1. Renteontwikkelingen
    De renteontwikkelingen op de financiële markten geven aanleiding de parameter voor kortlopende financiering te verhogen van 2,0% naar 2,4%. De parameter voor langlopende financiering blijft 3,5%. Dit leidt per saldo tot een nadeel van € 0,28 mln.  

  2. Onderwijshuisvesting

Tabel 1.2.13 Onderwijshuisvesting

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

a.

Tijdelijke huisvesting Horizon

60

60

65

b.

Revisie Centrale verwarming het Koraal

80

c.

Haalbaarheidsonderzoek

75

d.

Onderhoud en exploitatie nieuwe gymzalen

-92

42

109

Totaal

140

-32

107

184

  1. Er zijn twee lokalen tijdelijke huisvesting nodig voor de Horizon. De kosten van plaatsing, verwijdering en huur van de lokalen worden geraamd op € 0,06 mln. per jaar voor de periode 2026 t/m 2029 (totaal € 0,25 mln.).
  2. Voor het schoolgebouw van het Koraal is revisie van de CV installatie aangevraagd door het schoolbestuur.
  3. Volgens de planning van de actualisatie van het IHP 26.1 zijn haalbaarheidsonderzoeken nodig in 2030 voor nieuw te bouwen scholen.
  4. N.a.v. actualisatie van het IHP zijn ook de onderhoud en exploitatiekosten van de gymzalen geactualiseerd. Door vertraging in de bouw van Zaanse Hout en Kogerveld schuiven ook de onderhoud en exploitatiekosten van de gymzalen naar achter.

Omdat we moeten bezuinigen verlagen we de verduurzamingsambitie van schoolgebouwen van ENG naar BENG-norm. Dit leidt tot lagere kapitaallasten per nieuw te bouwen schoolgebouw. De besparingen zijn zichtbaar vanaf 2031 en lopen op tot significante bedragen.

Eind 2027 wordt het IHP-onderwijs geactualiseerd en daar wordt deze wijziging in verwerkt. Er geldt een tijdelijke overgangsregeling voor projecten en kaderbrieven in de periode tot aan de herijking van het IHP-onderwijs 2027, waarbij het uitgangspunt is dat de BENG norm wordt gehanteerd (de BENG-tenzij-norm).

  1. Jeugdzorg volumeontwikkeling
    De verwachte kosten voor jeugdhulp komen € 1,1 mln. hoger uit dan begroot. Dit komt grofweg door de toename van het aantal jeugdigen met jeugdhulp (+4,5%) en de gemiddelde kosten per jeugdhulptraject (+2,1%). Deze stijging bij elkaar is sterker dan de begrote volumegroei van 4,7%. De groei van het aantal jeugdigen met jeugdhulp is met name voor GGZ-problematiek, waarvoor het aantal verwijzingen via huisartsen is toegenomen. De gemiddelde kosten per traject stijgen vooral bij hoog-specialistische jeugdhulp. Dit wordt ook herkend door aanbieders en het Jeugdteam: de problematiek van jeugdigen waarvoor hulp wordt ingezet neemt toe, wat leidt tot de inzet van intensievere en/of specialistischere jeugdhulp.

  2. Wmo ontwikkelingen

Tabel 1.2.14 Wmo ontwikkelingen

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

a.

Wmo volumeontwikkeling

-1.100

-1.100

-1.100

-1.100

b.

Verhogen Wmo tarieven in 2027

900

0

0

0

Totaal Wmo ontwikkelingen

-200

-1.100

-1.100

-1.100

  1. Wmo volumeontwikkeling

De verwachte kosten voor Wmo komen € 1,1 mln. lager uit dan begroot. De groei van het aantal cliënten (< 2%) is iets lager dan waarmee rekening is gehouden in de begroting. Daarbij groeit met name de inzet van hulp bij huishouden, met relatief lage kosten per voorziening. Dat terwijl de inzet van begeleiding, met hogere kosten per voorziening, zo goed als gelijk is gebleven. Hierdoor nemen de gemiddelde kosten per (inwoner met een) Wmo-voorziening licht af.

  1. Verhogen Wmo-tarieven in 2027

Door uitstel van de aanbesteding van Wmo maatwerk zijn overbruggingsovereenkomsten afgesloten voor 2027 met de huidige voorwaarden. In de nieuwe aanbesteding, die dus is uitgesteld, is een verhoging van de tarieven opgenomen. Daarom is met aanbieders afgesproken om te toetsen of de huidige tarieven voor 2027 nog reëel zijn. In de begroting is rekening gehouden met € 1,75 mln. kostenstijging in 2027 en € 3,5 mln. vanaf 2028. De meest recente inschatting is dat met name voor huishoudelijke hulp het huidige tarief niet reëel is. Het verhogen van de tarieven per 2027 leidt tot € 2,65 mln. kostenstijging. Dat leidt tot een nadeel van € 0,9 mln. incidenteel in 2027. Vooralsnog is er geen informatie dat de reservering van € 3,5 mln. vanaf 2028 onvoldoende is.

  1. Overige ontwikkelingen

Tabel 1.2.15 Overige ontwikkelingen

bedragen * € 1.000

2027

2028

2029

2030

a.

Exploitatiebijdrage Huis van de Wijk en Durghorst

-369

-369

b.

Actualisatie raadsledenvergoeding Arbeidsongeschiktheid

92

92

92

92

Totaal

-277

-277

92

92

  1. Vanaf 2027 is exploitatiebudget begroot voor Huis van de Wijk en de Durghorst, omdat de verwachting was dat de nieuwe buurthuizen vanaf 2027 in gebruik genomen zouden worden. Er is echter vertraging opgetreden, waardoor de exploitatiebijdrage voor 2027 en 2028 niet benodigd is.
  2. Op basis van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangen raadsleden verplicht een jaarlijks brutobedrag ter hoogte van één maandelijkse raadsvergoeding voor het treffen van voorzieningen met betrekking tot arbeidsongeschiktheid, ouderdom en/of overlijden. Raadsleden dienen zelf zorg te dragen voor de besteding en regeling van deze voorzieningen. Deze aanspraak geldt tot het moment dat het raadslid de AOW-leeftijd bereikt. Daarna bestaat er geen recht meer op deze vergoeding.

  1. Vermakelijkheidsretributie
    Het tarief voor de VMR wordt op het niveau van 2026 gehouden (€ 0,55 per vermakelijkheid). Hiermee wordt afgeweken van het kader van 100% kostendekkende tarieven. Het tekort dat hierdoor ontstaat in 2027 van € 0,33 mln. wordt gedekt uit de algemene middelen (€ 0,33 mln.). Dit geeft rust en tijd om te werken aan het alternatief exploitatiemodel.

  2. Jongerenhub Assendelft
    De Jongerenhub in Assendelft wordt voor minimaal een jaar voortgezet. De benodigde incidentele middelen voor 2027 van € 0,145 mln. wordt gedekt uit de algemene middelen (€ 0,145 mln.)

  3. Inloopvoorziening Villa Westerweide
    De inloopvoorziening Villa Westerweide wordt tijdelijk verlengd met één jaar. De benodigde incidentele middelen van € 0,45 mln. dekken we voor € 0,28 mln. uit de resterende middelen van het Volkshuisvestingsfonds. Over het resterende tekort van € 0,17 mln. hebben wij contact gehad met het Rijk. Wij verwachten begin november 2026 duidelijkheid hierover. In de begroting 2027 dekken wij het resterende tekort daarom vooralsnog uit de algemene middelen. Wij verlagen de storting aan de egalisatiereserve met € 0,17 mln. Als het Rijk de middelen beschikbaar stelt, dan laten wij de middelen weer terugvloeien naar de egalisatiereserve. Met deze oplossing ontstaat tijd om onderzoek te doen naar de verschillende doelgroepen en de gewenste ontwikkelrichting. Deze tijdelijke verlenging is daarmee geen garantie dat de inloopvoorziening structureel openblijft. Hiermee schuift de afhandeling van de motie 26M47 Motie Voorjaarsnota ‘Inloopvoorziening Villa Westerweide’ ook een jaar op.


  1. Inzet groei van de gemeente voor Sporthal Midden
    In het MIP Uitbreidingsinvesteringen is een reservering opgenomen voor de realisatie van Sporthal Midden voor € 12,4 mln. De kapitaallasten van deze sporthal worden gedekt vanuit de stelpost kapitaallasten. Omdat sprake is van een uitbreidingsinvestering, komen de exploitatielasten in aanmerking om te dekken vanuit het budget Groei van de gemeente. De extra benodigde exploitatielasten zijn berekend op € 0,425 mln. Naar verwachting wordt de sporthal in 2030 in gebruik genomen en zijn vanaf dan de hogere exploitatielasten benodigd.


  1. Egalisatiereserve
    Het positieve saldo van 2027 t/m 2030 wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve.
    In het coalitieakkoord is opgenomen dat in de periode na de Voorjaarsnota een aantal ontwikkelingen heeft plaatsgevonden met impact op de financiën. Op een aantal posten was ten tijde van het coalitieakkoord al zichtbaar dat sprake was van onderuitputting of hogere opbrengsten (optellend tot zo’n € 10 mln.). Dit gaat onder meer over de ruimte die al in de Voorjaarsnota zichtbaar was, meevallers bij de OZB (Onroerende Zaak Belasting), de BUIG (de gebundelde uitkering in het kader van o.a. de Participatiewet) en vanuit de Oekraïne reserve. Deze middelen worden bij de Narap in de egalisatiereserve gestort. In deze begroting verwerken we de middelen al in de beginstand van de egalisatiereserve per 1 januari 2027, zodat deze middelen meehelpen het structurele beeld met 10% van deze middelen te verbeteren.



Dashboard Financiën

Sinds de begroting van 2022 nemen we in deze hoofdlijnen het dashboard financiën op. Deze is naar aanleiding van de motie Deltaplan Financiën opgesteld in samenwerking met de gemeenteraad.
Om goed zicht te krijgen op de financiële situatie en ontwikkeling van de gemeente wordt op drie onderdelen informatie gegeven in het dashboard. Deze drie onderdelen zijn:

  • Exploitatie
  • Vermogen en schuld
  • Weerbaarheid en wendbaarheid

In het dashboard wordt zowel teruggekeken als vooruit. Met terugkijken laten we de realisatie van de afgelopen vier jaar zien. Dit zijn de ‘harde’ cijfers. De cijfers die voor de jaren 2026 en 2027 zijn opgenomen zijn de schattingscijfers op basis van de begrotingen 2026 en 2027 .


Exploitatie
De grafiek laat drie resultaatberekeningen per jaar zien.

Figuur 1.2.1 Resultaten en omvang rekening/begroting


  1. De eerste kolom betreft het totaalresultaat. Het jaarrekeningresultaat was over de afgelopen jaren positief. Voor 2026 en 2027 zijn sluitende begrotingen vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met een onttrekking uit de egalisatiereserve. Vandaar dat voor 2025 en 2026 geen balk te zien is.
  2. Bij de tweede berekening wordt het resultaat gecorrigeerd voor de incidentele baten en lasten. Dit geeft dus het resultaat weer van de structurele baten en lasten en geeft daarmee een beeld van het structurele begrotingsevenwicht. Structureel geeft de begroting in alle jaren een positief beeld (de balk in 2026 is bijna niet te zien, maar het saldo in 2026 is wel positief, namelijk € 0,2 mln. In 2027 is dit saldo € 2,4 mln. positief)
  3. Bij de derde berekening zijn de stortingen en dotaties aan de reserves niet opgenomen (het zogenaamde resultaat voor bestemming). Als het resultaat voor bestemming hoger is dan het resultaat na bestemming betekent dat er per saldo meer stortingen zijn gedaan dan onttrekkingen en dat het reservesaldo is toegenomen/toeneemt. Dat is voor alle voorgaande jaren het geval. In de jaren 2026 en 2027 niet, omdat voor die jaren een flinke onttrekking aan het investeringsfonds gepland staat.



Voor de eerste drie punten is de schaalverdeling aan de linkerkant van de grafiek van belang. In de grafiek is ook de lijn van de begrotingsomvang te zien. De schaalverdeling hiervoor staat aan de rechterkant. We zien vanaf 2022 een jaarlijkse stijging van de begrotingsomvang. Dit heeft te maken met de groei van de gemeente en de projecten die we uitvoeren waarvoor extra middelen beschikbaar zijn gekomen. De begroting 2027 daalt ten opzichte van 2026. Dit komt o.a. door (eenmalige) hoge opbrengsten voor gebiedsontwikkeling die in de primaire begroting 2026 waren opgenomen en het aflopen van de rijksbijdrage voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne (eindigt op 31 december 2026).


Vermogen en schuld

Figuur 1.2.2 Ontwikkeling vaste activa en schuld

Het overzicht laat zien dat de omvang van de vaste activa gedurende jaren blijft stijgen. De omvang van de schuld stijgt minder hard mee met deze groei. Door ontvangen voorschotten van rijkssubsidies zoals de woningbouwimpuls en het volkshuisvestingsfonds zijn er de afgelopen jaren meer liquide middelen binnengekomen dan eruit zijn gegaan. Hierdoor is de schuld de afgelopen jaren niet meegegroeid en zelfs gedaald. Daar zien we nu een kentering in komen. Nieuwe uitbreidingsinvesteringen zorgen voor een grotere geldbehoefte.


Ontwikkeling reserves vreemd vermogen en rentelast
De onderstaande grafiek laat de verhouding tussen het eigen vermogen (de reserves) en het vreemd vermogen zien. De grafiek laat een redelijk constant beeld zien van de reservepositie en een stijging van het vreemd vermogen vanaf 2026. De investeringen in de gemeente zijn hiervan de oorzaak. Een groot deel wordt gefinancierd met vreemd vermogen. Voor de reserves en vreemd vermogen geldt de as aan de rechterzijde van de grafiek.
Het bedrag dat betaald wordt aan rentelasten kent na een lange tijd van dalen een stijging. Dit komt door de groeiende schuld in combinatie met de stijgende rente.

Figuur 1.2.3 Ontwikkeling reserves, vreemd vermogen en rentelast




Overige kengetallen

Tabel 1.2.16 Overige kengetallen

Vermogen en schuld

R2022

R2023

R2024

R2025

B2026

B2027

Solvabiliteit

22,2%

23,4%

25,5%

28,8%

20,8%

23,5%

Renterisiconorm

10%

8%

8%

8%

5%

5%

Investeringsuitgaven, toename nieuw bezit (* € 1 miljoen)

52

67

94

67

128

110

De solvabiliteit is niet hoog in Zaanstad. Dat komt deels doordat er enkele jaren terug vervroegd is afgeschreven. Daardoor daalde de omvang van de activa, terwijl het vreemd vermogen onveranderd bleef. We hebben de solvabiliteit de laatste jaren heel langzaam zien stijgen. Dit komt deels door de positieve rekeningresultaten en deels door een lagere geldbehoefte. In de begroting 2027 stijgt de solvabiliteit ten opzichte van de begroting 2026. Dit komt door het aanvullen van de algemene reserve i.v.m de toegenomen risico’s. De VNG geeft 20% als signaalwaarde aan. Daar blijven we boven.

De renterisiconorm geeft aan hoeveel procent van de langlopende leningen er gedurende een jaar vervalt. Het percentage blijft redelijk stabiel. Deze norm mag niet boven de 20% uitkomen (rijksregelgeving). Met het herfinancieren van leningen willen we toegroeien naar een norm van 5%. Daar komen we naar verwachting in 2026 op uit.

De investeringsuitgaven betreffen zowel de vervangingsinvesteringen als nieuwe investeringen. We zien dat de verwachte en geplande investeringen bij de realisatie vaak lager uitkomen. In het kader van de denklijn ‘Scherper aan de wind varen’ is vanaf de begroting 2024 financieel rekening gehouden met planningsoptimisme.


Weerbaarheid en wendbaarheid

Tabel 1.2.17 Weerbaarheid en wendbaarheid

Weerbaarheid

R2022

R2023

R2024

R2025

B2026

B2027

Benodigde weerstandscapaciteit bij zekerheidspercentage 90% en ratio 1,4 (* € 1 miljoen)

17,4

22,3

28,7

58,5

31,2

59,1

% rijksbudget (algemene uitkering) van totale baten

56%

54%

54%

54%

53%

59%

Percentage niet beïnvloedbare kosten (alleen bij begroting)

33%

34%

Onbenutte belastingcapaciteit

2,2%

2,6%

2,4%

2,4%

We zien dat de financiële risico’s bij deze begroting ongeveer gelijk zijn gebleven ten opzichte van de risico’s bij de jaarrekening 2025 (de vorige actualisatie). De risico’s zijn fors hoger dan in de begroting 2026, dit komt met name door het erfpachtrisico. Hierdoor komt ook het benodigde weerstandsvermogen hoger uit. Een verdere uitleg is te vinden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Het percentage rijksbudget ten opzichte van het totaal van de baten (exclusief reserves) van de begroting stijgt in 2027. Dit komt enerzijds door een stijging van de algemene uitkering met € 25 mln. en anderzijds doordat de totale baten in de begroting 2027 dalen ten opzichte van 2026 met € 45 mln. De daling in de baten komt met name door (eenmalige) hoge opbrengsten in de gebiedsontwikkeling in de primaire begroting 2026.

De onbenutte belastingcapaciteit kan alleen achteraf berekend worden. Hiervoor zijn ook landelijke gegevens nodig. Dit kengetal wordt berekend via de houdbaarheidstest van de VNG. Dit kengetal geeft aan hoeveel een gemeente bij een slechtweerscenario zijn inkomsten kan verhogen. Een negatieve uitkomst voor het kengetal betekent dat de belastingdruk hoger is dan wat als een aanvaardbaar belastingtarief wordt gezien. Een negatieve uitkomst geeft aan dat een gemeente in principe geen ruimte heeft voor ombuigingen op zijn belastingbaten, binnen de grenzen van een aanvaardbaar belastingtarief. Zaanstad heeft de afgelopen jaren een positieve uitkomst gehad. 


Beïnvloedbaarheid van de kosten

Een belangrijk aspect van transparantie in de begroting is de beïnvloedbaarheid van de lasten en de baten. Doel is om de raad een objectief inzicht te geven welke lasten vast staan in de begroting en in welke lasten keuzes zijn te maken op korte termijn of langere termijn.

De gemeentelijke lasten zijn in 2027 totaal afgerond € 829 mln. Niet al deze uitgaven zijn op korte termijn te beïnvloeden. In de begroting wordt per begrotingsproduct inzicht gegeven in de mate van beïnvloedbaarheid van de lasten. Hierbij worden 4 categorieën voor beïnvloedbaarheid gehanteerd. Hieronder zijn deze 4 categorieën opgenomen en wordt toegelicht welke uitgangspunten zijn gehanteerd om de lasten in deze categorieën in te delen. Daarna wordt op totaalniveau de beïnvloedbaarheid weergegeven. In de producten komt deze beïnvloedbaarheid terug en wordt ook toegelicht welke kosten onder welke categorie vallen.

Beïnvloedbaar
Dit gaat om kosten die beïnvloedbaar zijn binnen 1 jaar. Dit betreft lasten die niet direct wettelijk verplicht zijn, vaak onder eigen gemeentelijk beleid vallen en die daarmee een eigen keuze zijn. Voorbeelden zijn klimaatuitgaven, economie, gemeentelijke projecten. Ook de reservemutaties vallen hieronder, behalve reservemutaties voor dekking kapitaallasten (niet beïnvloedbaar) en reserves met afspraken derden (beperkt beïnvloedbaar).

Op middellange termijn beïnvloedbaar
Dit gaat om kosten die beïnvloedbaar zijn binnen 2 tot 4 jaar. Voorbeelden zijn subsidietoekenningen. Er kunnen keuzes worden gemaakt om deze kosten te beïnvloeden, bijvoorbeeld door bepaalde subsidies niet meer toe te kennen of met minder fte te werken. Maar dit heeft tijd nodig om te kunnen realiseren.

(Zeer) Beperkt beïnvloedbaar
Hieronder vallen wettelijke taken, waarbij enige ruimte is voor sturing of keuzes. Voorbeelden zijn de jeugdhulp, uitvoering wegenbeheer, onderhoudskosten openbare ruimte, veiligheid, armoedebeleid, huisvesting. Er zijn keuzes te maken in het kwaliteitsniveau, in beleid of in aantallen waarmee (beperkte) sturing mogelijk is op de hoogte van de uitgaven. Het grootste deel van het bedrag wordt veelal ingezet om aan het minimale niveau van de wettelijke taak te voldoen, hierdoor zal het financiële effect bij het maken van keuzes bij sommige dossier beperkt tot zeer beperkt zijn. Daarnaast vallen de personeelslasten hieronder. Besparing op personeelskosten is pas mogelijk nadat er een keuze is gemaakt op de inhoud.

Niet beïnvloedbaar
Onder deze categorie vallen:
• Wettelijke taken, waarbij de minimum variant het beleid is en uitgevoerd wordt. Er is daarmee geen sturing mogelijk op deze kosten.
• Een taak waar 1 op 1 een subsidie tegenover staat. Door in deze categorie kosten te verlagen, worden ook de opbrengsten verlaagd. Dit levert daarom geen middelen op. Een voorbeeld is de specifieke uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid.
• Kapitaallasten. De investering is reeds gedaan, in de exploitatie zijn de rente- en afschrijvingskosten zichtbaar. Deze lasten zijn daarmee niet meer beïnvloedbaar.
• Kosten voor heffingen waar wettelijk gezien maximaal kostendekkende tarieven voor geheven mogen worden. Door het verlagen van de kosten, zouden de opbrengsten daarmee ook verlaagd worden. Dit levert daarom geen middelen op.
• Mutaties in voorzieningen, met uitzondering van mutaties in onderhoudsvoorzieningen (deze classificeren we als beperkt beïnvloedbaar). De toevoeging aan een voorziening is in veel gevallen wettelijk voorgeschreven (zoals een te verwachten verplichting of een van derden verkregen middel dat specifiek besteed dient te worden). Deze lasten zijn daarmee niet beïnvloedbaar.
• Lasten i.h.k.v. gebiedsontwikkeling. Gebiedsontwikkeling wordt gezien als een gesloten systeem, alleen het saldo van de lasten en baten wordt op de balans gemuteerd. Winsten worden genomen volgens de bereikte voortgang van de verkopen en verliezen volgens het voorzichtigheidsprincipe. De lasten worden daarom als niet beïnvloedbaar gekwalificeerd.

Onderstaande taartdiagram geeft een totaalbeeld. In de programma’s is de beïnvloedbaarheid verder uitgesplitst per subopgave (product). Ten opzichte van de indeling van de uitgaven van bij de begroting 2026 heeft er een verschuiving plaatsgevonden van de middellange termijn beïnvloedbaar naar de (zeer) beperkt beïnvloedbare categorie. De grootste verschuivingen zijn:

  • Personeelslasten: besparing op personeelskosten is pas mogelijk nadat er een keuze is gemaakt op de inhoud. Daarom zijn alle personeelslasten opgenomen bij de categorie (zeer) beperkt beïnvloedbaar.
  • Doordat de lokale teams vooral wettelijke taken uitvoeren zijn deze lasten opgenomen bij de categorie (zeer) beperkt beïnvloedbaar.


Figuur 1.2.4 Totaal lasten

Deze pagina is gebouwd op 10/01/2026 15:44:27 met de export van 10/01/2026 15:37:27