Renteresultaat
Renteparameters
Voor de begroting 2027 wordt uitgegaan van een verwachte rente van: 3,5% voor de nog aan te trekken langlopende schuld (looptijd gemiddeld 10 jaar). Dit percentage houden we constant tot en met 2030. Dit is gebaseerd op de prognose van de rentestanden voor 2027 eind augustus 2026. De rente is nog steeds in beweging, vooral door de globale instabiliteit.
Voor de kortlopende rente (kasgeldleningen voor maximaal een jaar) ramen we voor 2027 een rentepercentage van 2,4 % en ook dit houden we constant tot 2030. Aangezien de langlopende rente de korte rente overstijgt sturen we op een maximale benutting van de kasgeldlimiet.
Renteomslag 2027
Bij de voorjaarsnota is de renteomslag voor 2027 vastgesteld op 1,5 % (hetzelfde percentage als voorgaande jaren). Gezien de huidige renteontwikkelingen is het onzeker hoe dit percentage ook bij de volgende begrotingen nog berekend wordt.
Aflossingsprofiel / renterisiconorm
Onderstaande grafiek toont een overzicht van de aflossingen van de totale bestaande langlopende schuld. Hieruit blijkt dat de aflossingsverplichtingen van de bestaande langlopende schuld goed zijn gespreid over de jaren. De renterisiconorm vanuit de wet Fido stelt dat de aflossingsverplichtingen en herfinanciering van de bestaande schuld maximaal 20% van de begrotingsomvang bedragen. In Zaanstad is het beleid prudent, gericht op begrenzing van jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen tot maximaal 10% van de begrotingsomvang . Een rentestijging van 1% zal tot maximaal 0,1% hogere rentelasten op de begroting leiden. Met een begrotingsomvang van € 844 mln. in 2027 bedraagt de renterisiconorm € 169 mln.
Tabel 3.4.5 Renterisiconorm
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
(1) Omvang begroting | 844 | 791 | 770 | 752 | 779 |
(2) Renterisiconorm (20% van (1)) | 169 | 158 | 154 | 150 | 156 |
(3) Renterisico op vaste schuld (aflossingen) | 43 | 37 | 40 | 20 | 40 |
Huidig risicopercentage (3)/(1) | 5,1% | 4,7% | 5,2% | 2,7% | 5,1% |
(4) Ruimte onder renterisiconorm (2)-(3) | 126 | 121 | 114 | 130 | 116 |
Tabel Renterisiconorm x € 1mln
De gemiddelde looptijd van de huidige leningenportefeuille bedraagt ongeveer 10 jaar.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen te beheersen. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. In 2026 bedraagt de kasgeldlimiet € 66 mln. De kasgeldlimiet mogen we maximaal twee kwartalen achtereen overschrijden. Daarna moeten we maatregelen treffen om het kwartaal daarna aan de kasgeldlimiet te voldoen.
Renteresultaat
In het BBV is opgenomen dat de paragraaf Financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in:
- de rentelasten;
- het renteresultaat;
- de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen en grondexploitaties;
- de financieringsbehoefte.
Onderstaand renteschema, uitgewerkt voor het begrotingsjaar 2026, geeft invulling aan de eerste drie punten:
Begroting 2027
Tabel 3.4.6 Schema met rentetoerekening
Bedragen x € 1.000
| Begroting | ||
SCHEMA RENTETOEREKENING: | |||
a | Externe rentelasten lang/kort OG | 13.519 | |
|---|---|---|---|
b | Externe rentebaten | 1.093 | |
Totaal door te rekenen externe rente | 12.426 | ||
MINUS: | |||
c | Rente aan grexen door te berekenen | 390 | |
Totaal minus | 390 | ||
SALDO door te rekenen externe rente | 12.072 | ||
PLUS: | |||
d1 | Rentevergoeding over EV | 2.195 | |
d2 | Rentevergoeding over Voorzieningen CW | 554 | |
Bedrijfsvoeringslasten / kosten betalingsverkeer | 269 | ||
Totaal plus | 3.018 | ||
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente | 15.090 | ||
RENTERESULTAAT: | |||
e | De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente | 15.002 | |
f | Renteresultaat taakveld treasury | 82 | |
Voor een getrouwe weergave van de rentelasten op de taakvelden is uit hoofde van de BBV een correctie verplicht indien de werkelijke toe te rekenen rentelasten meer afwijken dan 25% van de begrote rentelasten. Dat is nu niet het geval.
