Algemene uitkering
Jaarlijks ontvangt Zaanstad volgens een bepaald verdeelstelsel een uitkering uit het Gemeentefonds. Het verdeelstelsel is opgenomen in de Financiële verhoudingswet. In de verdeling van het fonds naar gemeenten wordt rekening gehouden met onderlinge verschillen in kosten, waarmee de gemeenten te maken hebben en met de draagkracht van de gemeenten. Karakteristiek voor de algemene uitkering is dat elke gemeente vrij is in de besteding van het geld. Hoeveel geld gemeenten uit het Gemeentefonds krijgen, hangt af van hun kenmerken en belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. De rijksoverheid kijkt bij de verdeling van het Gemeentefonds onder meer naar:
De omvang van het Gemeentefonds is sinds 2024 gekoppeld aan de groei van het bruto binnenlands product (bbp). Het voordeel hiervan is een stabiele groei van de uitkering. Het nadeel is dat als de specifieke gemeentekosten (bijvoorbeeld jeugd en WMO) harder groeien dan het bbp, de gemeenten hier geen volledige compensatie voor ontvangen. |
|---|
Speerpunten 2027
Monitoren van de ontwikkeling van de algemene uitkering
De algemene uitkering is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Vooral voor de begroting is het goed om hier een goede inschatting van te kunnen maken. Dit wordt gedaan aan de hand van de mei- en septembercirculaire. Verder leveren we via diverse gremia input aan die door het ministerie gebruikt wordt voor bepaling van de hoogte van het macrobudget.
Inzet richting Rijk
Wij blijven ons als gemeente (samen met de VNG) inzetten richting het Rijk om alsnog de in 2026 doorgevoerde korting ongedaan te maken of de taken en middelen in balans te krijgen.
Daarnaast worden in 2027 de uitkomsten verwacht van de commissie ‘Van Ark 2’ waar het gaat om de vergoeding van de jeugdkosten. Ook hier blijven we scherp richting het Rijk.
